De overwinning

De overwinning

De overwinning

Wie Feie kent weet dat het een pientere jongen is. En een jongen die eigenlijk altijd eerst nadenkt voordat hij doet. Nou ja, nadenken? Overdenken van zijn gedachten! Eerst alle mogelijke beren op zijn weg ontmoeten en met elkaar vergelijken. Zijn ‘veiligheid’ vinden in het vooraf afzwakken van zijn mogelijkheden. Want ‘wat als’?

De afgelopen schooljaren zijn we als ouders regelmatig op school geweest. Om te praten over zijn moeilijkheden. Onmogelijkheden voor hem en de mogelijkheid dat hij hiermee gepest zou kunnen gaan worden. In de toekomst. Want van het niet in een zestiende van een seconde kunnen zeggen dat je die koprol niet durft te maken kun je iets vinden. Of met je hoofd op je armen gaan liggen wanneer iets tegenzit is natuurlijk een aparte reactie. Geen ‘normale’ manier van reageren. Toch?

Wij herkenden zijn worsteling. Thuis zagen we een zelfde reactie. Schakelden hulptroepen in. Binnen school en extern. Een kindertherapeut bood uitkomst. Wierp duidelijk zijn vruchten af. Steeds beter lukte het hem om zijn grenzen aan te geven.

En ook al was het soms nog wat onhandig, we konden het spel spelen. Het spel om de grens zo op te rekken dat de angst en frustratie uiteindelijk leermomenten bleken. Voor hem. Voor ons. Het opgeven uit onmacht maakte plaats voor boosheid. Oefenen met grenzen. Oefenen met hoe te reageren. Oefenen met woorden geven aan gevoel.

En ja, dat is soms doorslaan naar de andere kant. Geen ramp. Sterker, heel normaal zelfs! Hoe weet je anders waar eigen grenzen liggen?

Grenzen ontdekken in veilige en bekende contexten. Totdat deze reis kwam. Een reis wat hij wellicht ook ooit fantastisch zou kunnen gaan vinden. Maar waarin hij nu wordt meegesleept. Waarin het idee in eerste instantie zijn nieuwsgierigheid raakte. Leuk en spannend vond hij het. Een avontuur.

Maar al snel maakte zijn enthousiasme plaats voor het overdenken. Want hoe moet dat dan met de taal!? Hoe maak je contact met anderen als je de taal niet spreekt?

De twijfel sloeg toe. In gesprek met ons deelde hij zijn gedachten. En wij deelden met hem dat naast ons essentie-vraagstuk wij het nog belangrijker vinden dat hij op zichzelf leert vertrouwen. To educate is to explore. Vertrouwen dat het maken van contacten hem gaat lukken. Dat hij vertrouwd mag raken met het onbekende. Het gaf hem zichtbaar rust.

Tot vanochtend.

Een dag eerder startte hij vol enthousiasme met de voorbereidingen voor een presentatie. Hij was uitgenodigd door de headmaster van de school om een presentatie te doen over Nederland, Tilburg en de basisschool waar hij naar toe gaat, Montessoribasisschool De Elzen.

Deze ochtend sloeg de paniek toe.

“Ik ga ‘m echt niet doen! … Hoe moet ik dat doen dan? … Ik ga ‘m echt niet in het Engels doen!? … Die kinderen kunnen veel beter Engels dan ik!? … Ik kan het niet en het lukt toch niet!”

Met de tranen in zijn ogen en rollend over zijn wangen toch naar school. Als er al lood in zijn schoenen zou kunnen zitten dan was het deze ochtend wel. Struinend en sloffend baande hij zich een weg over het voetbalveld dat de school en de camper scheidt. De bevroren dauw op het gras als metafoor voor het bevriezen van zijn vertrouwen. Het vertrouwen in zichzelf.

Op school grijpt hij zich vast aan zijn laatste sprankje doorzettingsvermogen en lef. Minutieus bereidt hij zijn verhaal voor. In het computerlokaal wordt de techniek in orde gebracht. De beamer voorverwarmd.

“Misschien kan Lars het vertalen!?”

Hij wordt wakker. Durft om ondersteuning te ‘vragen’. Vindt een mogelijk oplossing om de taalbarrière te slechten. Lars, de Deense jongen met Nederlandse ouders, vindt het maar wat leuk om zijn Nederlands weer wat op te halen.

‘Trots’ was het woord waar Lars niet zo snel opkwam. ‘Stolte’. Dat mag Feie zijn volgens de leerkracht. Deze deelde wel meer dan een enkele keer dat ze de presentatie fantastisch vindt. Hij hoort het niet. Maar als Lars niet zo snel op de vertaling komt deelt de leerkracht het hem in het Engels: “You can be proud of yourself!”

De rest van de dag hebben we Feie niet meer gezien. Volledig opgenomen in de groep. Samen met hen rekenen en natuuronderwijs volgen. Aan het einde van de dag loopt hij met opgeheven hoofd terug vanuit school.

Hoe het was?

“Uhm. … Het viel 65% mee!”

*En Lars, bedankt!

About the Author

Leave a Reply

%d bloggers like this: